Olivier Foulon

Accueil   |  Actuel   |  Artistes   |  Expositions   |    Editions L'Usine à Stars    |  La Galerie    |   Contact  |  leBlog de la galerie



Oeuvres | Documents | Biographie | The Soliloquy of the Broom | Exposition : redites et ratures (vieux vin nouvelle bouteille) | Arco 2009

The Soliloquy of the Broom

Wie maakt er nu een opname van een schilderij met een 16 mm film? De gemiddelde fotograaf die beeldende kunst fotografeert, maakt betere reproducties en dat weet Olivier Foulon ook wel. En toch reisde hij de halve wereld af om zijn opnames te maken. Wat hij ermee bereikte is meesterlijk bedrog: hoe langer je naar de projectie van de filmkopie kijkt hoe minder je van het schilderij gaat zien. Zijn projectie van de 4 schilderijen van Courbet, die allen portretten van het model Jo zijn, vormt het hoogtepunt van Maskerade, de eerste aflevering van de derde editie van If I Can't Dance, I Don't Want To Be Part Of Your Revolution, te zien in de Appel in Amsterdam.

Foulon nodigt de bezoeker uit om met zijn voet op het pedaal te drukken waarmee de projector al ratelend in beweging komt en op de strakke, witte muur in de Appel een beeld van een schilderij projecteert. Dit, enigszins trillende lichtbeeld heeft een verleidelijke kwetsbaarheid die, vermengd met de nostalgie naar de jaren vijftig en zestig, een magie schept die de kijker overmeestert. Maar in de twee, lange, minuten die de projectie van één schilderij duurt, ziet de kijker slechts een prachtige schim: geen seconde komt het schilderij echt scherp in beeld.

Dat werd afgelopen zondag wel duidelijk toen Olivier Foulon in Frascati een lezing gaf. Al staande achter een carrousel met dia’s toonde hij verschillende haarscherpe details van de schilderijen. Daarop was te zien dat ten opzichte van het eerste schilderij dat Courbet van Jo schilderde, op de kopieën weinig tot niets was overgebleven van haar afgeknipte krullen. Slechts een paar dunne haarslierten hangen treurig over de lege plek onder het spiegeltje dat Jo in haar hand houdt. De beelden spraken volgens Foulon klaarblijkelijk voor zich, want hij gaf net zo min uitleg bij de beelden als dat hij vermeldde waarom hij de raadselachtige titel The soliloquy of the broom (de monoloog van de bezem) voor zijn project heeft gekozen.

Misschien was de bezem nodig om de afgeknipte krullen van Jo weg te vegen, als in een kapperszaak? Of was de verhouding van Courbet en Jo stukgelopen? Foulon vraagt zich af waar Jo was toen Courbet kopieën van zijn eerste versie maakte: 'Was Jo op vakantie?' Courbet was verknocht aan het origineel, waarschijnlijk omdat het werk hem aan het moment deed herinneren dat hij Jo, la belle Irlandaise schilderde. Waarschijnlijk zag hij details die ons nu ontgaan en die ongetwijfeld ook aan de kopers voor wie hij de kopieën maakte, voorbijgingen. Er bestond destijds namelijk grote belangstelling voor dit portret. Met een zekere nonchalance vertelt Foulon dat hij geen toestemming kreeg om een van de kopieën, een exemplaar in particulier bezit, te filmen. Foulon werkte daar simpel omheen. In de Appel hangt een computerprint waarop te zien is hoe Foulon een foto van het schilderij aan het filmen is in een fotostudio in New York. Met het geduld van een schilder. Waarom ook niet, moet Foulon gedacht hebben, niemand in de Appel zal er over vallen: de maskerade wordt alleen maar sterker.

Foulon kwam op het spoor van de kopieën in Berlijn, waar hij in een grote catalogus op 2 pagina's de 4 schilderijen zag afgedrukt. Hij toont de catalogus en vertelt dat hij meteen werd getrokken naar de plaatsen waar deze schilderijen hangen. Vervolgens bezocht hij de Courbet-retrospectief in Montpellier, waar het originele schilderij met een van de kopieën verenigd was. Toen hij daarna in het Metropolitan Museum in New York deze 'originele' versie wilde gaan filmen, bleek dat het schilderij daar al hing, terwijl de retrospectief in Montpellier nog in volle gang was. Mysterieus! Foulon speculeert: 'Er waren blijkbaar twee schilderijen in de collectie van het museum: één in de permanente collectie en één die rondreist.' Foulon was even de kluts kwijt, en reisde van het ene naar het andere deftige museum waar hij steeds datzelfde portret zag. Op zoek naar de verschillen filmde hij de werken in Montpellier en in New York.

Foulon baarde drie jaar geleden opzien toen hij de Prijs Jonge Belgische Schilderkunst won. In het Paleis voor Schone Kunsten bleef mijn oog destijds haken aan twee kleine reproducties van de Franse schilder Georges de la Tour. De voorstelling bestond uit een kaartend gezelschap en op het eerste gezicht leken de reproducties identiek. Bij nadere beschouwing sprong één detail in het oog: op de ene reproductie gooide de kaartspeler een ruiten op, op de andere gooide dezelfde kaartspeler een schoppen op. Eronder stond vermeld dat de schilderijen zich in twee verschillende musea bevinden. De vraag die me toen bezighield, en waardoor Foulon me in z’n greep kreeg en me meevoerde op zijn speurtocht door de musea: zou Georges de la Tour werkelijk twee bijna identieke schilderijen hebben gemaakt? Dat moest een unicum zijn, dacht ik destijds!

Tijdens de artist talk die hij op 25 oktober gaf, in het kader van If I can't dance in Theater Frascati, laat Frédérique Bergholtz een reproductie zien van het linker gedeelte van het schilderij L'Enseigne de Gersaint (het uithangbord van Gersaint uit 1721) van Antoine Watteau. Foulon vertelt dat hij om het enorme schilderij te zien naar Berlijn reisde en daar slechts een paar grote lijsten aantrof. Voor de Belgische prijs tekende hij op twee grote vellen papier deze lijsten. Oorspronkelijk was L'enseigne precies wat de naam beschrijft: een heel groot reclamebord voor de gevel van kunsthandel Gersaint in Parijs. Het werk werd kort voor de dood van Watteau verkocht en door een van zijn leerlingen bewerkt: Het schilderij, dat in een boog had gehangen werd alsnog rechthoekig gemaakt, waarbij grote partijen werden toegevoegd. Kunst is koopwaar.

En die hond die voor Gersaints shop ligt? Foulon toont ons dat Watteau die hond al eerder schilderde en als beeld afkomstig was uit een schilderij van Peter Paul Rubens, dat in die tijd in Parijs heel populair was. Een schilderijen verbergen de feiten van haar eigen ontstaansgeschiedenis, maar Foulon bracht ze opnieuw onder de aandacht. Bijna achteloos verkondigde hij het meest fascinerende inzicht van de avond: een schilderij verbergt meer dan dat het zichtbaar maakt! Het is thema dat vaker terugkeert in zijn werk: In Il est plus difficile de regarder le tableau que de le faire (anonyme) tekende hij een man die naar schilderijen probeert te kijken door op zijn handen te staan, zo moeilijk is het nu om te kijken naar een schilderij. Hangend aan de lippen van Foulon blijf je je verwonderen over de schilderkunst.


The title of his exhibition, The Soliloquy of the Broom / Selbstgespräch eines Besens by the artist Olivier Foulon (*Brussels, 1976), floats between make-up, masquerade and painting. It focuses on Gustave Courbet's painting Jo, the Beautiful Irish Girl painted by the French artist in 1865 in Trouville. It shows a lady named Jo, mistress and model of the artist James Whistler, looking at herself and her hair in a mirror. Due to a great demand Gustave Courbet painted not only one painting but copied it several times. The four versions belong nowadays to the Metropolitan Museum, New York, the Nelson-Atkins Museum, Kansas City, the Nationalmuseum of Stockholm and to a private collector. Olivier Foulon brought the four paintings together with the help of a 16mm film and visualises not only early forms of mass production in art, but works with the concept of a model that is used as a template for a painting which itself then becomes the model for another painting.
A publication edited by Gevaert éditions is the second part of the exhibition. Olivier Foulon chose three texts from the year 2005 about the artists Michael Krebber from the Artforum International online-archive and republished them. Already on their way from the print- to the online-edition the texts were bowdlerised from the original supplementary illustrations and images, the „Image make up“ and were furnished with the laconic comment „illustration omitted“. In both works Foulon questions the meaning and functionality of the individual hand of an artist. By copying his own pictures Gustave Courbet questions the concept of an artist's hand in the same way as Michael Krebber does in his work.
Olivier Foulon's artistic work shows arrangements through which art history can be renegotiated and interpreted anew. His conceptual method of operation is based on the appropriation and playing with specific historic artwork. He devotes himself to the relationship of original, copy and reproduction, to the reading and presentation of art works, as well as to the role of the artist within.