galerie Nadja Vilenne
FR - EN
2008 > ANNE DAEMS, MY FATHER'S GARDEN

When I go visit my father the first thing I do is to go into the garden. Even in the middle of winter when there is nothing to harvest I put on some rubber boots, take a big red bowl and scissors and open the sliding doors. You can always find something: a half frozen red beets, sprouted turnip leaves, rosemary and rue. With the shovel I dig up burdock roots. Then I cut off some cherry blossoms and forsythia branches wich start blooming a few days later in a vase in my apartment in Brussels. White, pink, yellow.
When the garden transfers from winter into spring, I like to look at my father when he turns the moist soil, sometimes he finds a daikon that survived winter or a Jerusalem artichoke.
I remember when we were young, after he’Äôd worked in the garden on a beautiful summer day, he cooked up a delicious and festive supper with only the weeds he pulled out.
With a saw he cuts off dead branches of an old apple tree and afterwards puts cement in the holes to prevent it from rotting. Cementing is probably the thing he likes second best after making green tea.
In his garden he has built two Japanese tea pavilions. Although he’Äôs Flemish he practices tea ceremony very seriously and teaches Japanese women dressed in beautiful seasonal kimonos. The smallest pavilion (2 ¬æ tatami) is my favorite. It’Äôs based on teigyokuken, designed by Kanamori Sowa in the 16th century. There is a little window in the celling where the full moon shines through on cloudless nights, lightning up the teapot on the charcoal fire or my pillow, when I stay overnight.

Anne Daems, in Here and there, #8, 2008

Anne Daems, My father's garden, videostill, 2008

In deze tentoonstelling toont ze de laatste versie van haar video ’ÄúDe tuin van mijn vader’Äù waarin ze de overgang van winter naar lente, lente naar zomer heeft vastgelegd. Het is niet zomaar een tuin. Daems vader heeft in zijn tuin twee Japanse theepaviljoens gebouwd waarin hij Japanse vrouwen in traditionele kimono de rituelen van de theeceremonie bijbrengt. De tuin staat vol met kruiden, planten en groenten. Een oase van rust, waarin de seizoenen welkom zijn en alle gezinsleden in een volslagen harmonische leefwereld lijken te verkeren. Er is de vader' die de bomen van dode takken ontdoet, de studerende jongere broer, het jongere zusje, de onkruid wiedende moeder, de Japanse dame die thee maakt. Daems vertoont hun wereld in kleine observerende uitsneden op zes verschillende monitoren, die elk vanuit een ander beginpunt de film laten zien. Hierdoor komen de verschillende personages en handelingen in een rustige, steeds wisselende beeldchoreografie tot e'lkaar te staan. Er zijn geen dialogen. Alles verloopt traag en in opperste concentratie. De handelingen blijken niet alleen repetitief, ze lijken ergens de locale tijd te overstijgen, als bijdragen aan een van alle druk bevrijde locatie. Als een hommage aan de overgave aan het moment.

 

Miryam van Lier, publié par Artis, s'Hertogenbosch, Nederland