Jacqueline Mesmaeker, Ah Quelle Aventure à BOZAR, une introduction

Lu cette très belle lettre de Saskia De Coster adressée à Jacqueline Mesmaeker, en guise d’introduction à l’exposition « Ah Quelle Aventure »

SASKIA DE COSTER

NAUFRAGE DANS LES NUAGES

Chère Jacqueline Mesmaeker, 

Je vous écris cette lettre tard ce soir, mais je ne l’affranchirai pas. Les lettres qui n’arrivent pas sont les plus belles. La mienne n’atteindra jamais sa destination, mais peut-être sera-t-elle interceptée, ici, dans la zone d’ombre, dans ces mots qui se succèdent avec désinvolture. Cela fait à présent plusieurs jours que je me suis plongée dans votre oeuvre. Je n’ai pas l’impression d’en être revenue. C’est pourquoi je voulais tout d’abord solliciter la faveur d’une rencontre. 

Vous considérez comme une oeuvre clé la photo de l’endroit où le pompeux château de Versailles ne se trouve pas encore. Un cliché du moment qui a précédé sa construction. C’est une impossibilité de fait, mais une histoire vraie. J’ai vu dans vos travaux les rêves avant qu’ils ne soient rêvés. J’ai vu un monde qui disperse ses traces et se contredit dans mille et un détails. Votre oeuvre évoque, avec une extrême subtilité. Alice tombe encore et encore dans le puits de son pays des merveilles, jusqu’à ce qu’elle arrive de l’autre côté de la terre, dans un autre pays des merveilles. 

Connaissez-vous l’histoire de Kaspar Hauser ? Il est apparu un beau jour sur une place de Nuremberg. Personne ne le connaissait. Il marchait à peine, ne pouvait dire que quelques mots et savait juste écrire son nom. Selon certains, c’était un enfant sauvage, selon d’autres, il était d’origine aristocratique. Il reste un mystère, même si son ADN a été analysé et que son histoire a été consignée cent fois. Il a disparu depuis longtemps dans les brumes du temps, mais il reste présent. 

Je devais bien vous explorer, tôt ou tard. Ou du moins votre oeuvre, qui se laisse tout autant lire que regarder. Chez vous, je vois les grands écrivains, les grands monuments et symboles apparaître comme des êtres vivants qui évolueraient alentour. Et inversement, vous accrochez une cascade de mots au mur, tandis qu’une poire pétrifiée attend que quelqu’un la croque.

Votre oeuvre est pour moi une découverte et un soulagement. Ce n’est pas l’oeuvre passéiste d’une grande dame âgée que j’ai découverte. Dieu merci, je n’y ai pas trouvé de retour nostalgique vers une époque inexistante, où tout était encore noir et blanc. Ce n’est pas une tentative de poser des revendications ou de faire de grands gestes, ni un élan phallique vers le plus haut et le plus grand. Votre oeuvre se niche dans les failles et les interstices, repérable aux billets roses qui dépassent ou à une lumière qui clignote juste un peu trop fort pour être naturelle. 

Au début, je voulais solliciter une rencontre, mais je pense que j’ai déjà rencontré votre esprit. Dans le jeu de chaises musicales du presque invisible que vous dirigez. Dans un naufrage au milieu des nuages. Il est possible que le spectateur s’en aperçoive à peine. L’histoire qui ne sait pas résister parce que le temps et l’espace changent, ainsi que l’angle de vue. C’est à la liberté que je goûte à travers votre oeuvre. 

Entre-temps, il fait nuit et je vois votre travail avec les yeux fermés. La façon dont les oiseaux convergent en plongeant de tous les coins de la pièce, se mêlent et picorent les restes de pain hors champs. Je m’imagine entrer dans un magasin, regarder à la ronde, tout prendre et sortir. Je me retourne et réalise alors que j’étais là, que j’ai tout touché et que cela a suffi. Je vois ce que vous ne voyez pas. Cela apparaît avant de disparaître à nouveau. 

C’est ainsi que je regarde votre travail. Les yeux désormais fermés. Bonne nuit, à la prochaine lettre.

SASKIA DE COSTER

SCHIPBREUK IN DE WOLKEN

Dag mevrouw Jacqueline Mesmaeker,
Ik schrijf u vanavond laat een brief maar ik zal geen postzegels kopen. Onbezorgde brieven zijn de mooiste. Dit is een brief die zijn bestemming nooit bereikt maar onderweg misschien door iemand anders onderschept wordt, hier, in de schemerzone, in woorden die elkaar onbezorgd opvolgen. Ik heb nu dagen in uw werk verbleven. Ik heb niet het gevoel dat ik eruit ben. Daarom wilde ik u eerst vragen om een ontmoeting. Een sleutelwerk is voor uzelf de foto van de plek waar het bombastische paleis Versailles nog niet staat. Een opname van het moment voor het uit de klei opgetrokken werd. Het is een feitelijke onmogelijkheid, het is een waar verhaal. Ik zag in uw werk de dromen voor ze gedroomd zijn. Ik zag een wereld die zijn sporen verstrooit en zichzelf tegenspreekt in zoveel details. Uw werk stipt aan, uiterst subtiel. Alice blijft maar vallen in de tunnel van haar Wonderland, tot ze aan de andere kant van de aarde uitkomt in een ander Wonderland.

Kent u het verhaal van Kaspar Hauser? Op een dag stond hij op een plein in Neurenberg. Niemand wist wie hij was. Hij kon nauwelijks stappen, amper een paar zinnen spreken en enkel zijn naam schrijven. Er ontstonden honderden verhalen over hem die elkaar tegenspraken. Hij was volgens sommigen een wolfskind, hij was volgens anderen van adellijke afkomst. Hij blijft een mysterie, ook al is zijn DNA doorgelicht en zijn verhaal honderdmaal opgetekend. Hij is allang in de nevelen van de tijd verdwenen maar toch is hij nog aanwezig.

Ik moest u wel op het spoor komen, vroeg of laat. Of tenminste uw werk dat zich net zo goed laat lezen als bekijken. Ik zie de grote schrijvers, de grote monumenten en iconen opduiken bij u alsof het levende wezens zijn die hier nog rondlopen. En omgekeerd hangt u een waterval van woorden aan de muur, en wacht een versteende peer tot iemand zijn tanden erin zet.

Uw werk is voor mij een ontdekking en een opluchting. Ik ontdekte geen werk uit het verleden van een grande dame op hoge leeftijd. Godzijdank vond ik geen nostalgische terugkeer naar de onbestaande tijd dat alles nog zwart

wit was. Het is geen poging om claims te leggen en grote gebaren te maken, geen fallische gooi naar het hoogste en grootste. Uw werk nestelt zich in kieren en spleten, met roze spiekbriefjes die eruit piepen of een licht dat net iets te fel opflakkert om natuurlijk te zijn.

Aanvankelijk wilde ik u vragen om een ontmoeting
maar ik denk dat ik uw geest al ontmoet heb. In de stoelendans van het bijna ongeziene die u aanstuurt. In een schipbreuk in de wolken. Het is mogelijk dat een toeschouwer het nauwelijks ziet. Het verhaal dat geen stand kan houden omdat de tijd en ruimte veranderen en de invalshoek ook. Dat is de vrijheid die ik proef doorheen uw oeuvre.

Ondertussen is het nacht geworden en zie ik uw werk met mijn ogen dicht. Hoe de vogels in duikvlucht uit alle hoeken van de kamer naar elkaar toevliegen, elkaar overlappen en hoe de vogels buiten beeld de kruimels opeten. Ik zie mezelf een winkel binnenwandelen, rondkijken, alles vastpakken en buitengaan. Ik draai me om en besef dan: ik was daar, ik heb alles aangeraakt en

dat volstond. Ik zie ik zie wat jij niet ziet. Het verschijnt en het verdwijnt weer om het hoekje.
Zo kijk ik naar uw werk. Met mijn ogen gesloten nu. Slaapwel en tot in een volgende brief.